Moeten we religie cancelen?

Valt er straks een regering over een stuk textiel, de hoofddoek? Onbelangrijk is dat niet, al is de hoofddoek maar het topje van de ijsberg. Onder de waterlijn zit de discussie naar de rol en de plaats van religie in onze samenleving. Hoe staan we tegenover mensen die anders zijn dan wij? Is er niet een rechtse cancelcultuur?

Negentiende-eeuws politiek compromis

De plaats van religie in onze samenleving is een politiek compromis uit de 19de eeuw. Toen was het een evenwicht tussen de katholieken en de liberalen. Door de veranderingen in de samenleving komt dat op de helling. De katholieke kerk heeft veel van haar macht verloren, kijk maar naar hoe ze de coronacrisis en -maatregelen onderging. Daarnaast zijn er nieuwe religieuze spelers.

Vandaag zijn veel burgers niet meer institutioneel religieus. Andere religies hebben een andere verhouding met de moderniteit en de scheiding van kerk en staat dan wij in onze traditie kennen. Daardoor is het religieuze compromis niet meer aangepast aan de tijd. Er is geen consensus meer over. Er is debat over de lessen godsdienst op school. Er is huiver over het oprichten van moslimscholen. En er is discussie over uiterlijke religieuze symbolen, bidden in de openbare ruimte en hoe de neutraliteit van de overheid moet ingevuld worden.

Vervuilde discussie

Het debat over de plaats van religie in de samenleving wordt beïnvloed door de visie op de islam en is zo gekoppeld aan het migratiedebat. De islam wordt gezien als een godsdienst die het potentieel heeft om onze samenleving te ondermijnen. Dan wordt er als snel gepleit voor een samenleving gebaseerd op de christelijke waarden. Bedoeld wordt dan niet-islam, het is vaak geen positieve keuze voor het christendom.

Migratie is iets dat velen beroert. Hun visie daarop dwingt hen vaak om het geheel van religies en uiterlijke tekenen aan banden te leggen. Om de christelijke waarden te verdedigen mag een loketbediende geen kruisje meer dragen. Zoiets. Het zorgt voor schizofrene stellingnames in het debat. Maar het brengt zo ook de ‘laïcité’ mee, de neutraliteit door afwezigheid van elke religieus teken. Het maakt dat zelfs hét model, terwijl dat vroeger nooit echt zo was in ons land.

Eigen model

In België was er altijd een tussenoplossing. Een compromis, zo u wil. Dat was aanvaardbaar omdat een groot deel van de bevolking katholiek was. Er kon een kruisbeeld hangen in een rechtbank. Vandaag klinkt dat gek. Maar dat het er niet zou hangen was voor vele burgers aanstootgevender. Vandaag is dat duidelijk anders.

De meeste mensen in onze tijd hebben een sui generis levensbeschouwing. Die hebben ze in de loop van hun leven opgebouwd. Die kan religieus zijn of antireligieus en alles daartussen. Dat maakt onze samenleving een stuk complexer.

Angelsaksisch model

Aan Franstalige kant leeft al langer het idee van de Franse laïcité. Dat komt via de Franse media, die onze Franstalige landgenoten nogal uitgebreid consumeren, automatisch binnen in hun publiek debat. Maar naast het Franse is er ook een Angelsaksisch model. Elke uiting van religie wordt dan toegelaten, zo is de staat ook neutraal. Noem het een actief pluralisme. Een sikh politieman met een tulband patrouilleert bij wijze van spreken met een politieagente met islamitische hoofddoek.

Het wordt tijd om de plaats en de rol van de religie in onze samenleving te herdenken. Niet meerderheid tegen oppositie. Er is nood aan een breed maatschappelijk debat. In de hoop dat deze generatie twitterpolitici en sociale-mediajournalisten dat nog kunnen.

Hoofddoek

Het debat over de hoofddoek is dan geen op zichzelf staand debat. Het is onderdeel van een visie op de rol van religie in de samenleving. Dat voert ons weg van intentieprocessen: waarom draagt een vrouw een hoofddoek? Meestal is dat waarschijnlijk een religieuze kwestie. Er is ongetwijfeld groepsdruk uit familie en omgeving. Maar het kan ook een symbool zijn van een identiteit. Die hoofddoek moet dan uitdrukken waar de roots liggen. Is het dan een religieus symbool? Dit debat is een doodlopende straat. Een intentieproces dat nergens toe leidt.

Het debat moet vertrekken vanuit de rechten en plichten zoals de vrijheid van godsdienst, gelijkheid man en vrouw, individuele vrijheden, het recht om je godsdienst te beleven, het recht om niet godsdienstig te zijn. Daar is ook sprake van botsende rechten. Daarin moeten keuzes gemaakt worden die breed maatschappelijk gedragen kunnen worden. Dat kan enkel in een taboeloos debat ver van slachtoffercultus en fobie-aantijgingen.

Het probleem is dat onze huidige partijpolitiek dat debat niet goed aankan. De posities lopen soms dwars door partijen heen. Het is een nieuw ethisch politiek debat waarin de partijen de stemming vrij zouden moeten laten. Maar kan onze particratie dat aan?

Pragmatisch zijn

We moeten in dat debat wat pragmatisch zijn. We moeten vooral voorzichtig zijn met grote principes. Voor grote mooie principes zijn al veel grote malheuren gebeurd.

Nu mag ik persoonlijk die hoofddoek afkeuren als vrouwonvriendelijk. De vraag is of je die dan ook moet verbieden. Is het niet beter dat dames met hoofddoek werken en zo deel uitmaken van onze maatschappij en in contact komen met mensen van buiten hun religieuze of etnische gemeenschap?

Wie zich geroepen voelt kan nog altijd de vrouw aanspreken om te zeggen dat je het dragen van een hoofddoek verwerpelijk vindt. Ook dat is je goed recht. In het beste geval kan je dan tot een gesprek komen en zelfs een modus vivendi vinden. Of je kan samen besluiten dat je het daarover nooit eens zal worden. Maar je kan of moet toch collega’s blijven, zakelijk, of wie weet, zelfs in een verschil overbruggende vriendschap. Zo vorm je samenlevingen.

Samenleven

Klinkt dat voor velen te veel als een deugdmens? Het zij zo. Het op een redelijke manier oneens zijn is de eerlijkste en duurzaamste weg. Waar verschillen we anders van de woke- en cancelcultuur? We cancelen gewoon iets dat wij niet lusten. Er is nood aan een volwassener maatschappelijk debat, met de aanvaarding van verschillen. Voorbij de slogans of de goedkope gazettenpraat.